Tips om je model het beste op de foto te zetten

Redactie digifoto Starter 2508

Bij modefotografie maar ook bij andere soorten fotografie van personen, zijn poses heel belangrijk. Iemand kan er op een foto uitzien alsof er bij een operatie iets vreselijk misgegaan is, of als een alien. Maar ook zo goed dat je denkt dat het een supermodel is, terwijl het gewoon je buurmeisje is dat voor de eerste keer voor de camera staat. Allemaal een kwestie van poseren en aanwijzingen geven.

Laat ik beginnen met een bekentenis. Ik houd niet van poseren, noch vóór, noch achter de camera. Dat ik zelf niet zo ijdel ben, is tot daaraan toe, maar ik zie het ook vaak helemaal niet als iemand er niet goed bij staat op een foto. Eigenlijk zou ik dit artikel ook niet moeten schrijven. Of misschien ook juist wel.

Want gelukkig hebben we Lindsay Adler. Lindsay schreef een dik boek over poseren en nam zelfs de tijd om mij alles uit te leggen. Maar misschien moeten we beginnen met het wegnemen van de vooroordelen over het begrip poseren. Het woord klinkt alsof je iets heel onnatuurlijks doet, alsof je een houding aanneemt die niet bij jou hoort. Maar dat laatste is acteren en poseren betekent gewoon dat je een houding aanneemt zodat je er op een foto goed uitziet en misschien wel juist zoals jezelf. Neem de beroemde regel ‘op een foto zie je er 5 kilo zwaarder uit’. Dat kan zeker waar zijn, maar iemand kan er bij gaat staan zodat zij er uitziet alsof ze haar eigen gewicht heeft – of vijf kilo is afgevallen. Is dat dan onnatuurlijk? Het kan natuurlijk allemaal en iedere pose is goed – maar sommige zijn beter dan andere. Wat vaak minder goed werkt, is wanneer iemand zichtbaar onzeker op de foto staat. En omgekeerd krijg je ook zelden een goede foto wanneer je als fotograaf onzeker bent over de pose die het model moet aannemen– behalve als je met een supermodel werkt want dat begrijpt beter wat je wil dan jijzelf. Een spontane foto is bijna altijd op de een of andere manier geposeerd, geregisseerd en voorbereid. Dat begint die zaken die niets met het model te maken hebben: de camerapositie, de keuze van het objectief en de omgeving. Dat heeft allemaal te maken met de regels van het perspectief. Alles is relatief en dat geldt zeker voor wat we zien.

De basisregels zijn:

  • Wat dichterbij is, lijkt groter, wat verderaf is, kleiner.
  • Hoeveel groter en kleiner, wordt bepaald door de afstand en het objectief
  • Wát dichterbij of verderaf is wordt bepaald door de camerapositie of door de houding van het model
  • De camerapositie kan op drie manier wijzigen: dichterbij/verderaf, links/rechts, hoger/ lager

Verder moet je je ook realiseren, dat fotograferen altijd een kwestie is van het maken van keuzes. Je kunt niet zeggen dat je wanneer je nergens op let, je iemand fotografeert zoals hij of zij is. Als je een foto maakt, ze je altijd een driedimensionale werkelijkheid om in twee dimensies en daarbij verander je iets. Daarbij moet je dus een keuze maken. Of twee. Of tien.

Een voorbeeld: je fotografeert iemand met vrij brede heupen en vrij korte benen en smalle schouders. In het werkelijke leven valt dat niet zo op, maar op een foto wel. Let je er niet op, dan ziet zo iemand er ineens uit als een karikatuur van zichzelf. Het meest voor de hand liggende is in zo’n geval om de persoon iets naar voren te laten buigen. Kies je een 35mm dan zie je dit weer vrij goed, bij een 200mm nauwelijks.

Ben je zelf 1,92 meter lang en fotografeer je iemand van 1,62 van vrij dichtbij, dan ziet zo iemand er al snel uit als een dwerg. Ga je voor haar door je knieën dan wordt het een sexy supermodel met lange benen. Dat zijn allemaal zaken die je je van tevoren moet realiseren. Tijdens het fotograferen kun je dan de juiste positie innemen en de gefotografeerde gericht aanwijzingen geven, omdat je weet wat je wil.

Poseren en regisseren

Daarmee zijn we bij de aanwijzingen die je aan degene die je fotografeert moet geven. Sommige modellen weten precies hoe ze moeten staan, maar iemand die alleen maar tijdens de trouwdag model is, heeft er waarschijnlijk weinig kaas van gegeten. Je moet beginnen met te kijken naar welke eigenschappen van de persoon je wil benadrukken. Niemand is perfect, dus dat er hier en daar een pondje of een rimpeltje te veel zit, is niet erg. Maar op de foto moet je wel die zaken zien, die iemand nu juist leuk maken. Ook dat is echter weer persoonlijk. Misschien heeft een vrouw een vrij brede kaak. Dat kan het gezicht pit geven, maar te veel maakt het gezicht weer mannelijk. Die kaak kun je dus breder of juist smaller maken op de foto, maar misschien is de gefotografeerde het niet met je aanpak eens. Mogelijk is de foto echter een cadeau, en vindt degene voor wie de foto bedoeld is het nu juist weer wel mooi… Enfin, dat zou je aan de hand van een paar testfoto’s kunnen bespreken, zonder een al te ingewikkelde psychologische discussie over iemands zelfbeeld aan te gaan.

Kijk ook tijdens de sessie vooral naar de foto’s die je maakt. Vermijd het daarbij om al die foto’s steeds aan de gefotografeerde te laten zien, want dat houdt enorm op, doorbreekt de concentratie en kan demotiverend werken. Vermijd het tegen elke prijs om gedurende vijf minuten in stilte naar een foto te gaan kijken, met een uitdrukking van: ‘tjee, wat ik hier nu weer van moet maken…’.

Fouten en instinkers

Er zijn een paar zaken die eigenlijk vrijwel altijd moet vermijden. Afsnijden van in de buurt van enkels, knieën, en elle bogen, in feit bij alle gewrichten. Iemand zonder voeten ziet er meestal ook vreemd uit. Nog verder inzoomen kan wél weer: ergens boven de knieën kun je weer afsnijden. Afgehakte ledematen zien er zelden natuurlijk uit. Let dus op hoe de beelduitsnede bepaalt.

Een arm die op ongeveer een derde afgesneden wordt door de rand van de foto, ziet er afgehakt uit. Een arm die op twee derde of meer afgesneden wordt, ziet er juist nogal lang uit. Een heup die aan de rand van het beeld afgesneden wordt, kan als het ware oneindig breed lijken, want je ziet niet waar hij ophoudt.

Alle vormen die erg de aandacht vragen en die niet verdienen, zijn fout. Een arm die dus opvallend aan de rand van het beeld figureert, is erg storend. Nog erger: ellebogen die naar de camera toewijzen. De vorm van de arm is niet meer herkenbaar.

Soms kunnen zelfs heel natuurlijke of zelfs aantrekkelijke elementen een foto verpesten. Op een foto voor LinkedIn is het meestal niet handig om iemands borsten er 50% groter uit te laten zien. Let ook op tatoeages en sierraden. Afhankelijk van het doel van de foto moeten ze er juist heel opvallend op staan, of beter niet te prominent figureren.

Enkele instinkers:

  • Een persoon die kleiner lijkt op de foto, bijvoorbeeld in elkaar gezakt
  • De armen van je model zijn gekruist.
  • Mannen: strafschoppositie, handen voor kruis.
  • Geen ruimte tussen armen en lichaam; maakt lichaam breder.
  • In zijn algemeenheid; wanneer het lichaam als het ware in een paar lijnen geschetst lijkt, werkt dat goed, alles wat die schets onderbreekt moet functioneel zijn.
  • Vermijd exact naast elkaar staande voeten. Vrijwel altijd is het beter ze in ene hoek te plaatsen. Veel ervaren fotografen beginnen de pose vanaf de voeten.

Tips en trucs

Naast instinkers heb je natuurlijk ook het omgekeerde. Maar instinkers en trucs zitten dicht bij elkaar. Iemand die er erg breed uitziet, kun je heel eenvoudig smaller doen lijken door zijwaarts naar de camera toe te draaien. Veel mensen weten dat zelf. Maar ga je daarmee te ver, dan heeft het juist weer het omgekeerde effect. Kleren die veel van het lichaam verhullen zorgen er vaak voor dat iemand eruitziet als een zak aardappels. Handen op heupen of buik doorbreken dit. Sowieso is het accentueren van de taille goed om vorm te benadrukken, zeker bij modellen die wat voller zijn.

Je kunt ook heel goed gebruik maken van langere brandpuntsafstanden. Met een langere brandpuntsafstand sta je verderaf. Het perspectief verandert dus minder sterk. Maar je kunt nog steeds een hogere of lagere positie kiezen en het effect daarvan blijf je zien. Met een langer objectief kun je dus vormen aanpassen zonder ze zichtbaar te vervormen. Het werkt erg goed bij mensen met een vrij grote neus of een erg hoog voorhoofd. Je kunt dus met een langer objectief de vorm van het gezicht aanpassen.

Model vs. mode

Bij modefotografie werkt het iets ander dan bij modelfotogafie. Het gaat er nu niet meer omdat het model er zo goed mogelijk uitziet, maar om de mode. Meestal valt dat ongeveer samen, maar soms zijn er verschillen. Je doet er in ieder geval goed aan om te kijken naar de opvallende punten van de mode versus die van het model. Om de één of andere reden worden binnenkort brede schouders bij vrouwenmode weer modern. Wil je dat benadrukken, dan zou je het model met de schouders wat naar voren kunnen laten leunen – of haar iets van boven kunnen fotograferen. Bij een lange brandpuntsafstand verklein je dat effect weer, bij ene korte brandpuntsafstand vergroot je het. Maar óf je het nu juist moet vergroten of verkleinen ligt weer aan de combinatie van de kleding met het model. De doorsneeklant wil er niet uitzien als een OostDuitse kogelstootsster uit de tijd dat testosterondoping nog toegestaan was, dus moet je het niet overdrijven. Maar uiteindelijk beslis niet jij maar de artdirector, dus je moet vooral in staat zijn om aanwijzingen als ‘maak de schouders wat breder’ in daden om te zetten. Maar gelukkig is er dan ook nog het boek met nog veel meer tips van Lindsay Adler.

 

Dit artikel werd geschreven door Dré de Man en gepubliceerd in dfs 4.2019.

afbeelding van Redactie

Redactie digifoto Starter | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Redactie