Basiscursus: Macrofotografie

Redactie digifoto Starter 216

Wat macrofotografie zo aantrekkelijk maakt, is dat je er heel gemakkelijk mee aan de slag kunt. Overal zijn geschikte onderwerpen te vinden en met een gewone camera kun je al veel bereiken. De talloze mogelijkheden om aan macrofotografie te doen, maken het voor elk budget toegankelijk. Met simpele hulpmiddelen en creativiteit is enorm veel te doen, ook zonder aanslag op je portemonnee.

Tekst: Paul van Hoof

Macrofotografie wordt meestal gedaan met spiegelreflexcamera's. Dat komt omdat je daarmee van oudsher de meeste mogelijkheden hebt, onder meer omdat je lenzen kunt wisselen. Dat laatste kan tegenwoordig ook met de compacte systeemcamera's, die geen opklappende spiegel hebben en daardoor een stuk kleiner zijn. Compactcamera's daarentegen hebben een ingebouwde lens en zijn vaak nog kleiner. Een tussenvorm is de bridgecamera, een grotere broer van de compact, ook met een ingebouwde lens, maar met meer functies en veel meer zoom. Met alle camera's van redelijke kwaliteit waarmee je zelf je instellingen kunt kiezen, kun je in principe macrofoto's maken, maar de mogelijkheden verschillen. Het maakt uit of je lenzen kunt verwisselen en of je bepaalde hulpmiddelen kunt gebruiken. Ook de grootte van de sensor is belangrijk voor het effect dat je met bepaalde lenzen kunt bereiken.

Macro met compactcamera 

Met de huidige compactcamera's kun je prima aan macrofotografie doen. Sterker nog, je kunt er zelfs beelden mee maken die met een spiegelreflexcamera onbereikbaar zijn! Er zijn duizenden modellen compactcamera’s, maar ze hebben gemeen dat het complete alles-in-een systemen zijn: de camera is relatief klein, je hebt geen losse lenzen nodig en je neemt je camera gemakkelijk mee. Vroeger werd wel eens lacherig gedaan als iemand met een compactcamera fotografeerde, maar dat is echt niet meer aan de orde. De kwaliteit van sensoren en lenzen is enorm verbeterd, en de betere compacts doen soms nauwelijks meer onder voor hun spiegelreflexbroertjes. De manier van fotograferen is wel heel anders.

Deze vlinder (grote beer) is gefotografeerd met een simpele compactcamera. Met de macrostand kun je heel dicht op je onderwerp komen.
Foto: Vincent Rijnbende.
Camera: Canon Powershot A710 IS

Diafragma: f/4.5
Sluitertijd: 1/160
ISO: 200

Met een compactcamera kun je niet alleen dicht bij je onderwerp komen, je krijgt in de macrostand ook veel achtergrond behoorlijk scherp in beeld. Dat is goed te zien op deze foto van zeekraal op Terschelling.
Foto: Ron Poot
Camera:Fujifilm FinePix HS10
Diafragma: f/5.6
Sluitertijd: 1/400
ISO: 100

Macrostand 

Om je onderwerp zo groot mogelijk in beeld te brengen, kun je inzoomen en het onderwerp zo dicht mogelijk benaderen. Voor een echte macrofoto, met een klein onderwerp groot in beeld, moet je soms toch teveel afstand houden wil een ingezoomde lens nog scherpstellen. Daarom hebben de meeste compactcamera’s een aparte instelling, de macrostand (vaak herkenbaar aan een symbool met een bloemetje), waarmee je heel dichtbij kunt komen. Dan lukt het meestal wel om het onderwerp flink uit te vergroten, al werkt deze stand vaak alleen als je helemaal uitzoomt naar groothoek. Dat je het onderwerp tot op enkele centimeters benaderd heeft wel het nadeel dat je vaak in je eigen schaduw aan het werk bent. Bovendien laten onderwerpen als insecten zich niet zomaar van zo dichtbij fotograferen. Dat lukt dan alleen met veel geduld en doorzettingsvermogen.

Compactcamera's hebben een vrij kleine sensor. Daar is op zich niets mis mee, want het aantal megapixels is in de regel ruim voldoende om een goede foto te maken. En juist dankzij die kleine sensor kun je in de regel veel dichter bij je onderwerp komen. De uitleg is vrij technisch, maar het heeft te maken met de scherptediepte. Een compactcamera heeft een grote scherptediepte (alles is van voor tot achter scherp), terwijl je met een spiegelreflex of compacte systeemcamera veel makkelijker kunt werken met een kleine scherptediepte (alleen je onderwerp is scherp en de voor- en achtergrond zijn wazig). Die eigenschap zorgt er voor dat je met een compactcamera ook veel beter een onderwerp dat heel dichtbij is scherp in beeld kunt krijgen.

Welke spiegelreflexcamera?

De vraag of je voor macrofotografie beter een full-framecamera of een goedkopere en lichtere aps-c-camera kunt gebruiken is niet zomaar beantwoord, voor beide type camera's valt iets te zeggen. Aps-c-camera's (ook wel cropcamera’s genoemd) hebben een kleinere sensor dan een full-framecamera waarbij de sensor even groot is als een ouderwets negatief. Bij gebruik van dezelfde lens zie je daardoor bij een cropcamera als het ware een uitsnede (crop) van het beeld van een full-framecamera. Effectief heb je daarmee een grotere vergroting. Als het je puur om de vergroting gaat kun je dus beter kiezen voor een cropcamera. Omdat je een minder groot beeld hoeft weer te geven zijn er speciale objectieven gemaakt voor cropcamera’s. Deze zijn kleiner en goedkoper dan de full-framevarianten, nog een voordeel. Aan de andere kant geeft een fullframe-camera je een kleinere scherptediepte, waardoor je nog makkelijker een wazige achtergrond kunt krijgen. Mooi wanneer je vanaf een relatief grote afstand fotografeert, maar lastig als je heel dichtbij komt. Het wordt dan namelijk ook moeilijker om bijvoorbeeld de libel of spin die je fotografeert van voor tot achter scherp te krijgen. Uiteindelijk kun je met de meest simpele spiegelreflexcamera's al uitstekend macrofoto's maken, zolang je maar een daarvoor bedoelde lens hebt.

Beide foto's zijn gemaakt met hetzelfde objectief (Nikon 105mm f/2.8 Macro) en vanaf precies dezelfde plek. De bovenste foto is gemaakt met een fullframe-camera terwijl de onderste foto met een aps-c-camera is gemaakt. Zoals je ziet is de uitsnede bij de aps-camera kleiner, waardoor de libel groter in beeld komt. 
Foto's: Paul van Hoof.

Objectieven

Bij macrofotografie draait alles om de vergroting. Hoe dichter je bij een onderwerp kunt komen, hoe meer je het onderwerp kunt uitvergroten. Dit wordt bepaald door de kortste scherpstelafstand van de lens. Bij een groothoeklens is die korste scherpstelafstand ongeveer 30cm, bij een telelens varieert dit van één tot vijf meter. Het probleem met een groothoeklens is dat je dus behoorlijk dichtbij kunt scherpstellen, maar door de grote beeldhoek krijg je je onderwerp (te) klein in beeld. Met een telelens kun je juist wel flink inzoomen op je onderwerp, maar doordat je zo veraf moet gaan staan blijft je onderwerp ook (te) klein. Daarom zijn er speciale macrolenzen. Macrolenzen worden zo gemaakt dat ze op zeer korte afstand kunnen scherpstellen. Zoomen kan in de regel niet met macrolenzen, wil je je onderwerp groter of kleiner in beeld, dan zul je dus naar voren of achteren moeten bewegen.

Twee keer dezelfde paddenstoelen, gefotografeerd met een compactcamera (boven) en een spiegelreflexcamera (onder) met hetzelfde diafragma (f/5.6). Het grote verschil zit hem in de scherptediepte, de foto die met de compactcamera is gemaakt is van voor tot achter scherp, de foto met de spiegelreflexcamera heeft een wazige voor- en achtergrond.
Foto's: Jaap Schelvis.

Vergroting en werkafstand

Wanneer is een lens eigenlijk een macrolens? Hoewel daar geen officiële regels voor zijn, noemen we een lens een macrolens wanneer je een één-op-één-vergroting (1:1) kunt maken. Daarbij is de projectie op de sensor van bijvoorbeeld een insect van twintig millimeter dat je fotografeert ook twintig millimeter op de sensor. Je mag dit weer vergeten, maar het is wel handig om te snappen wat het verschil is tussen verschillende macrolenzen. Eigenlijk zijn vrijwel alle macrolenzen, of dit nu een schappelijk geprijsde 40mm, een 90mm of een behoorlijk prijzige 150mm is, in staat een 1:1-vergroting te maken. Met een 150mm-macrolens krijg je je onderwerp dus niet groter in beeld dan met een 40mm-macrolens! Het grote verschil zit hem in de afstand tussen jou en je onderwerp. Bij een 40mm-lens is de werkafstand bij een 1:1-vergroting slechts zestien centimeter. Aangezien de werkafstand wordt gemeten van onderwerp tot sensor, blijft er tussen het onderwerp en de voorkant van je lens maar drieënhalve centimeter over! Niet alleen zullen de meeste insecten opschrikken en wegvliegen of -kruipen als je zo dichtbij komt, ook heb je al snel de schaduw van je lens in beeld. Bij een 90mm-lens is de werkafstand een veel comfortabele dertig centimeter en bij een 150mm zelfs zo'n veertig centimeter. Daardoor kun je veel makkelijker een insect of ander klein diertje fotograferen zonder dat deze zich direct een hoedje schrikt.

Deze foto van een tulp is gemaakt met een telelens op 310mm f/5.6 met een aps-c-camera. De vergroting is niet sterk genoeg om te spreken van een échte macrofoto. Toch is het een bijzonder fraaie close-up, die laat zien dat je ook zonder hulpmiddelen al heel mooie dingen kunt doen. 
Foto: Paul van Hoof
Camera: Nikon D300
Lens: Nikkor 200-400mm f/4 VR
Brandpunt: 310mm
Diafragma: f/5.6
Sluitertijd: 1/250
ISO: 400

Achtergrond

Naarmate het brandpunt toeneemt, wordt de hoeveelheid achtergrond in beeld kleiner. Fotografeer eens een onderwerp twee maal met dezelfde instellingen, maar met verschillende brandpunten, waarbij het onderwerp even groot in beeld staat. Met het kortere brandpunt zul je dichter bij het onderwerp moeten komen. Bekijk de foto’s en let vooral op de achtergrond. Je zult zien dat je uitgezoomd veel meer achtergrond in beeld hebt. Dat werkt goed als je de omgeving in je foto wilt betrekken. Het beeld met een langer brandpunt heeft een kleiner deel van de achtergrond in beeld en is daarmee vaak rustiger: ideaal om onderwerpen te isoleren.

Niet alleen is de werkafstand groter wanneer je een lang brandpunt gebruikt (de linker camera), ook krijg je een kleiner deel van de achtergrond in beeld (het rode vlak). Bij een kort brandpunt (de rechter camera) zit je veel dichter op je onderwerp en krijg je daarnaast veel meer achtergrond in beeld (het groene vlak).

De bloem op de voorgrond van de foto boven is ongeveer even groot als de scherpe bloemen in de foto onder. Toch verschillen de foto's als dag en nacht. De foto boven is gemaakt met een flinke groothoek, je ziet behalve de bloem dus heel veel van de omgeving. De foto onder is gemaakt met een telelens, je ziet juist heel weinig van de omgeving, het onderwerp wordt veel meer geïsoleerd.
Foto's: Paul van Hoof.

Beginnen met macrofotografie

Je kunt natuurlijk meteen naar de winkel rennen om een macrolens te kopen en te beginnen met macrofotografie, er zijn ook goedkopere hulpmiddelen waarmee je meer uit je huidige lenzen kan halen. Sommige van die hulpmiddelen zijn goedkoop, andere iets duurder, maar het zijn prima manieren om kennis te maken met macrofotografie zonder direct honderden euro's te hoeven uitgeven. 

Op de foto een aantal handige hulpmiddelen voor macrofotografie, zoals tussenringen, een omkeerring en een voorzetlens. Op de camera is een groothoeklens verkeer om gemonteerd met een omkeerring.
Foto: Paul van Hoof.

Voorzetlenzen 

Een eenvoudig en goedkoop hulpmiddel is de voorzetlens. Dat is, zoals de naam al doet vermoeden, een extra lens die je voor op je 'gewone' objectief schroeft. Zie het als een vergrootglas voor je camera. Je kunt zo'n voorzetlens in principe voor elke lens monteren om dichter bij je onderwerp te komen. Dat kan op spiegelreflexcamera’s, maar natuurlijk ook bij compacte systeemcamera's en soms ook bij compactcamera's. Overigens kun je met voorzetlens geen onderwerpen fotograferen die verder weg staan, je kunt de voorzetlens dus niet standaard op je objectief laten zitten als je ook andere dingen fotografeert dan alleen macro. 

Voordelen van voorzetlenzen zijn de bescheiden prijs en de brede toepasbaarheid. Nadeel is dat er wel enig kwaliteitsverlies is. Je voegt immers een optisch element toe aan een bestaande lens. In het algemeen geldt: hoe sterker de voorzetlens, des te dichter je op je onderwerp kunt komen maar ook des te groter het kwaliteitsverlies. Voorzetlenzen zijn verkrijgbaar is alle mogelijke filtermaten en verschillende sterktes, aangegeven in dioptrie. Goedkope voorzetlenzen zijn al verkrijgbaar vanaf 15 euro. Kwalitatief de beste zijn de zogenaamde achromatische lenzen, die uit twee lenselementen bestaan die lensfouten corrigeren. Vanzelfsprekend zijn deze duurder, vanaf zo’n 60 euro tot 150 euro, afhankelijk van de filtermaat. 

Deze sluitvlieg is gefotografeerd met een normale 70-300mm-telelens in combinatie met een voorzetlens.
Foto: Maurice Bergboer
Camera: Nikon D50
Lens: Sigma 70-300mm f/4-5.6 APO Macro
Brandpunt: 120mm
Diafragma: f/18
Sluitertijd: 1/60
ISO: 800

Tussenringen

Een tussenring is niets meer dan een holle ring die je tussen de camera en de lens schroeft. Ze bestaan in verschillende diktes en kunnen ook gecombineerd worden. Met tussenringen wordt de afstand tussen de lens tot de camera groter, waardoor je scherpstelbereik verschuift. Je kunt dichterbij scherpstellen en een grotere vergroting bereiken. Door het verschuiven van het scherpstelbereik verlies je wel de mogelijkheid om tot oneindig scherp te stellen, maar bij macrofotografie is dat geen bezwaar. Tussenringen worden los of in sets van drie geleverd. Zo’n set bestaat dan uit ringen van 12mm, 20mm en 36mm dikte. Het merk van de tussenringen doet er niet toe aangezien er geen optische elementen in de ringen aanwezig zijn die de beeldkwaliteit kunnen beïnvloeden. Wel is er verschil in manuele en automatische tussenringen. De laatste hebben elektronische contacten die informatie over diafragma en scherpstelling van de lens aan de camera doorgeven. Sommige (met name oudere) lenzen hebben nog een losse diafragmaring, deze kun je prima gebruiken met tussenringen zonder elektronische contacten. Heb je alleen lenzen zonder diafragmaring, ga dan voor tussenringen met contacten. Deze zijn duurder, maar je kunt wel het diafragma instellen. Autofocus werkt vaak nog wel met één tussenring met elektronische contacten maar vaak niet met meerdere. Geen groot probleem, want bij macrofotografie is met de hand scherpstellen, bijvoorbeeld met hulp van live view, sowieso handiger.  Let er op dat je het gebruik van tussenringen te maken krijgt met lichtverlies en dus langere sluitertijden. Soms zul je zelfs een flitser moeten gebruiken om je onderwerp nog goed te kunnen fotograferen.

Je kunt tussenringen tussen elk objectief en je camera zetten om nog dichterbij te kunnen komen. Als je de tussenring tussen een macrolens en je camera zet, kun je dus nog sterker vergroten dan je met alleen een macrolens zou kunnen. Dit sprinkhaantje (zanddoorntje) is in werkelijkheid slechts 12mm groot! Voor de foto zijn overigens wel twee flitsers gebruikt, omdat je bij het gebruik van tussenringen extra licht nodig hebt. Foto: Paul van Hoof
Camera: Nikon D300
Lens: Nikon 105mm f/2.8 Macro
Diafragma: f/22
Sluitertijd: 1/250
ISO: 400

Omkeerring

Minder voor de hand liggend is het omkeren van je lens. Toch is het relatief eenvoudig en als je dit goed aanpakt kan het zeer grote vergrotingen opleveren. Als je een lens omkeert, keer je zijn werking ook om. Kijk maar eens door de verkeerde kant van een verrekijker op korte afstand naar je hand: de verrekijker is een loep geworden. Iets dergelijks gebeurt ook met een objectief. Als je een lens omgekeerd op je camera zet, kun je opeens heel dichtbij scherpstellen. Voor deze truc kun je overigens, anders dan je misschien zou denken, beter geen macrolens gebruiken. Bij omgekeerde lenzen neemt de vergroting toe naarmate de brandpuntsafstand afneemt, dus een groothoeklens levert de grootste vergroting. Met een 50mm-objectief haal je al een vergroting van 1:1 en met een groothoeklens kun je dus zelfs nog sterkere vergrotingen halen.

Om een lens verkeerd om op je camera te kunnen schroeven heb je een speciale adapter nodig, de omkeerring. Deze heeft in plaats van een normale lensvatting schroefdraad, zodat je de lens als was het een filter verkeerd om op de camera kunt schroeven. De elektronische contacten van je lens zitten nu aan de voorkant, dus je camera kan niet de lens aan sturen. Autofocus is dus niet mogelijk, maar ook het diafragma zul je zelf moeten instellen. Je kunt daarom het beste met een oude lens werken, bijvoorbeeld een oude handmatige 50mm- of 28mm-lens. Deze liggen misschien nog bij jou of bij familie op zolder en anders zijn ze op marktplaats voor enkele tientjes tweedehands te koop. Het merk van de lens maakt niet uit, zolang de filtermaat van de lens en de schroefdraad van de omkeerring maar hetzelfde zijn. Pas overigens goed op tijdens het fotograferen, zeker met een omgekeerde groothoeklens kun je behoorlijk dicht op je onderwerp komen. Een kras op de achterste lens, die dus voorop zit, is zo opgelopen!

De bovenste foto is gemaakt met een echte macrolens (Nikon 105mm f/2.8) bij maximale vergroting, terwijl de onderste foto gemaakt is met een omgekeerde groothoeklens (Sigma 24mm f/1.8). Zoals je ziet kun je met de omgekeerde lens zelfs dichterbij komen dan met een echte macrolens! 

afbeelding van Kasper.clipboardmedia_115768

Redactie digifoto Starter | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Redactie