Driepuntsbelichting uitgelegd
Drie lichtbronnen
Driepuntsbelichting bestaat uit, je gelooft het niet, drie lichtbronnen, die alle drie een andere functie hebben. Voor de duidelijkheid ga ik hier even uit van portretfotografie, maar je kunt deze belichting op allerlei onderwerpen toepassen. Bij portretfotografie kijk je voornamelijk naar de belichting van het gezicht van het model.
Key light
Dit is de belangrijkste lichtbron, het hoofdlicht. Deze wordt in een hoek op het model gericht. Meestal wordt het licht ook niet precies op dezelfde hoogte als het gezicht van het model gezet, maar net iets hoger. We hebben het over hoeken van 30-45 graden. Nu staat je model in elk geval in het licht.
Fill light
Door de sterke lichtinval van het key light, zijn er nu schaduwen op het gezicht van het model ontstaan. Het fill light (of vul licht) plaats je aan de andere kant van het keylight. Dit licht is zachter dan het hoofdlicht, en dient voornaemlijk voor het verzachten van de schaduwen en verkleinen van de contrastern. Je wil dit licht uiteindelijk niet terugzien in je foto’s. Als er heel veel verschil zit tussen de intensiteit van het key light en fill light en er dus een groot contrast is, spreek je van een low key. Is het fill light sterker, dan spreek je van een high key.
Backlight
Het backlight hangt in fotostudio’s vaak bovenaan de achterwand. Het belicht het model van boven en van achteren. Dit zorgt ervoor dat het model optisch los komt van de achterwand. Er valt licht op het haar en schouders, waardoor er meer diepte in het beeld komt. Het backlight heeft vaak hard licht en is qua sterkte meestal ongeveer de helft van het key light.
Flatterend
Met deze opstelling kun je natuurlijk naar hartelust spelen, maar als je deze driepuntsopstelling aanhoudt heb je in principe altijd een goed, gelijkmatig en vrij zacht uitgelicht model en zullen de foto’s flatterend voor het model zijn.