Flitsbelichting: extern flitsen i.c.m. Nikon-camera's

Redactie digifoto Starter 1115

Nikon heeft al sinds vele decennia een zeer betrouwbaar flitssysteem met een ongekende precisie van de belichting. Maar in de studio zul je eerder studioflitsers of krachtige flitsers van andere merken gebruiken. Zijn er dan dingen waarop je moet letten?

Dit artikel is geschreven door Dré de Man en gepubliceerd in DIGIFOTO Pro 5.2022.

Bij het maken van portretten met flitsers heb je twee situaties: je wil het omgevingslicht zien of juist niet. In het laatst geval kies je handmatige belichting en een vrij snelle sluitertijd, meestal een lage ISO-instelling. Maak voor alle zekerheid een testopname zonder flits om te controleren of je echt niets ziet van het omgevingslicht. 

Wil je de omgeving wél zien, dan kan de instelling A (diafragmavoorkeuze), of S (sluitertijdvoorkeuze handig zijn), maar handmatig (M) natuurlijk ook. Welke methode je in dat geval ook kiest, zorg er steeds dan voor dat de omgeving iets onderbelicht is, anders krijg je geen mooie foto en bij TTL zullen de flitsers nauwelijks licht afgeven. (Zie ook onder ‘Belichtingscorrectie voor flitser’ hierna.)

Wil je flitserlicht ook met omgevingslicht combineren, zeker buiten, kies dan een flitser die fotograferen met hoge sluitertijden (HSS, ook wel Auto-FP) met Nikon-camera’s ondersteunt. Kies op de camera Auto-FP (zie hierna) maar zorg er ook dan voor dat je sluitertijd niet te ver boven de 1/200 seconde komt, want dan wordt het flitslicht weer zwakker. Buiten bij veel (zon)licht moet je soms echt een combinatie zoeken van sluitertijd, ISO-instelling en diafragma waarbij je de ideale balans hebt. Hoe krachtiger de flitser, des te gemakkelijker is het. Werk je met een flitser met weinig lichtopbrengst, helemaal op afstand, dan kan het zijn dat je er helemaal niet uitkomt. In dat geval moet je de flitser dichterbij zetten, een andere reflector gebruiken, en/of je model afschermen van de zon. Of wachten tot de schemering inzet óf natuurlijk een andere flitser kopen.

Via de optie flitserregeling in het foto-opnamemenu kun je bij Nikon-flitsers de indeling in groepen en kanalen et cetera instellen. Dat kan ook bij een enkele kleinere flitser zoals die van Nissin. Bij flitsers die je via hun eigen remote of via een app bedient, werkt dat allemaal niet zo. Hier hoeft alleen de camera op TTL te staan en de rest wordt bestuurd door de remote. Ook als je de belichting van de flitsers handmatig instelt, kan de camera (bijna altijd)* op TTL blijven staan.

Studioflitsers en andere niet-Nikon flitsers

Je kunt in principe dezelfde instellingen kiezen als via de optie flitserregeling, maar dan op een Profoto Air of een soortgelijke afstandsbediening van je flitser die je in de flitsschoen plaatst. Als de camera en de remote echt compatibel zijn, werkt dat prima. De flitsers worden dan aangestuurd door de belichtingsmeting van de camera maar de instelling doe je dan op de remote van de flitsers. De flitser is dan ook compatibel met Auto-FP en je kunt dus foto’s maken kortere sluitertijden dan 1/200 s of 1/250 s. 

Denk er wel aan dat TTL bij flitsen niet zonder fouten is en dat je met een handmatige instelling constantere en betrouwbaardere resultaten krijgt. Heb je dus een goedkopere set studioflitsers die op TTL niet goed lijken samen te werken, dan kun je vaak maar beter gewoon handmatig gaan werken. Maar als je maar één flitser op die manier gebruikt, moet de belichting wél goed werken, anders klopt er iets niet. 

Let er dus bij de aankoop op, dat de flitser echt compatibel is met Nikon én met jouw model camera. Er zijn flitsers die alleen compatibel zijn met de oudere Nikon-camera’s bijvoorbeeld. 

Tips en trucs

Ook al is zo’n flitser helemaal compatibel, dan kan het toch nog fout gaan. Als het fout gaat, dan betekent dat meestal dat je donkere foto’s krijgt. De flits gaat dan niet af of niet op het moment dat hij af zou moeten gaan. Daarom even enkele dingen die je in dat geval, maar eigenlijk altijd zou moeten controleren.

Opnamemenu:

  • Stille fotografie. Dit moet uit staan. Is het ingeschakeld, dan gaat dan de flitser ook niet af. Je gebruikt behalve bij de Z 9 dan ook het verkeerde type sluiter.
  • Kies onder flitsmodus (flash modus): Invulflits (synchronisatie op het eerste gordijn). Bij ‘flitser uit’ wordt helemaal niet geflitst, bij de andere instellingen is er mogelijk alleen een voorflits, die op de foto ook niet te zien zal zijn.
  • Kies bij flitsbesturingsmodus (dat is een ander menupunt!) TTL, of als je geen TTL gebuikt handmatig.
  • Kies bij flitscompensatie niets, want dit kun je ook op de flitser of de remote zelf instellen. In het menu persoonlijke instellingen vind je Belichtingscorrectie voor flitser, die instelling is wel belangrijk, zie hierna.
     

Menu persoonlijke instellingen, e (flits en bracketing)

  • Auto-FP /  HSS. Bijna alle Nikons (behalve een paar heel oude modellen) bieden de mogelijkheid om met kortere sluitertijden dan de X-synchronisatietijd (dus 1/200 of 1/250 s) te flitsen. De meeste studioflitsershandleidingen noemen het HSS, high speed sync. Nikon soms ook maar meestal heet het auto-FP. In het menu vind je het onder persoonlijke instellingen > e1 > synchronisatiesnelheid. Sommige flitsers werken alleen goed samen als je auto-FP hebt ingeschakeld – ook al kies je langere sluitertijden! Altijd inschakelen dus. Let er wel op dat de kracht van de flitser afneemt vanaf de maximale  ‘gewone’ synchronisatietijd, ongeveer met de sluitertijd. Bij 1/1000 seconde heb je dus ongeveer een kwart van het normale maximale flitslicht.
  • Bij bijna alle flitsers schakelt de camera ‘instellingen toepassen op Live-beeld’ niet automatisch uit. Het zoekerbeeld is dan een beetje tot helemaal donker. Stel dat dus zelf in, onder d (opname/weergave). 
  • Dan: Belichtingscorrectie voor flitser. Dit heeft betrekking op de ‘gewone’ belichtingscompensatie. Normaal loopt de flitsbelichtingscompensatie daarin mee. Corrigeer je dus de belichting dan corrigeer je meteen ook de flitsbelichting. Kies je voor Alleen achtergrond, dan heb je (bij A, P en S) een ideale manier om de verhouding tussen flits en achtergrond te regelen. Bij niet-TTL-flitsen en/of bij handmatige belichting werkt dit uiteraard niet, dan moet je het zelf doen door de sluitertijd aan te passen, want daarmee verander je (tot de maximale synchronisatietijd) alleen de belichting van de achtergrond.

* Omdat er heel veel flitsers op de markt zijn, is het altijd mogelijk dat een van mijn adviezen voor jouw specifieke flitser niet opgaat. Kies je Profoto of Nissin dan is die kans heel klein, bij Godox valt het ook mee, maar houd er altijd rekening mee dat na een firmware-update van de camera en/of de flitser iets niet helemaal goed kan gaan. Ook hier geldt weer dat handmatige instellingen de minste problemen met zich mee brengen. 

In bergachtig terrein is een assistent vaak handiger dan een lampstatief…

Profoto maakt flitsers van zeer hoge kwaliteit en heeft samenwerkingsovereenkomsten met Nikon, Sony, Fujifilm en Leica.

 

 

afbeelding van Redactie

Redactie digifoto Starter | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Redactie