Flitsfotografie: kantel de flitskop voor mooier licht

Redactie 959

Degenen die de eerste stappen in flitsfotografie zetten, kennen vast de momenten van teleurstelling. De reportageflitser waarin je hebt geïnvesteerd blijkt niet altijd de resultaten te geven waar je op hoopte. Hard licht op het onderwerp, reflectie van het flitslicht in ramen en brillenglazen of lelijke slagschaduwen op de achtergrond. Toch is het maken van goedbelichte flitsfoto´s eenvoudiger dan je denkt.

Of je nu mensen of dieren fotografeert, de belichtingstechniek van indirect flitsen is precies hetzelfde. Het verschil is het soort onderwerp. Waar je mensen instructies kunt geven voor een bepaalde blik of pose, gaat dat bij dieren niet op. Wie kent het gedrag van honden nu beter dan de eigenaresse zelf?! Om daarop te anticiperen hebben we haar nodig om de aandacht te trekken. En daarbij zijn hondenkoekjes een handig hulpmiddel.

Een kijkje achter de schermen

Sonja van Driel is een expert op het gebied van flitsen met reportageflitsers. Haar instructieboeken helpen fotografen om een stap verder te gaan in de fotografie: het toevoegen van flitslicht.Enerzijds flits je uit noodzaak, bijvoorbeeld omdat het onderwerp in tegenlicht staat, anderzijds uit creatief oogpunt, om foto’s een speciale uitstraling te geven.

Hoe dan ook, in dit artikel krijg je uitleg over indirect flitsen met een reportageflitser. Maar eerst een kijkje achter de schermen bij de fotosessie van deze fotogenieke viervoeters Baldwin en Bently. Ze zijn belicht met een indirecte flits.

Indirect flitsen wordt ook wel bouncen genoemd. Het levert opnames op met een zachte en natuurlijke belichting. De flitser wordt bevestigd op het flitsschoentje van de camera en de flitskop wordt naar het witte plafond gekanteld. De camera- en flitsinstellingen zijn als volgt:

• Als uitgangspunt kiest de fotografe voor een sluitertijd van 1/125sec. Daarmee wordt bewegingsonscherpte voorkomen.

• Het diafragma wordt op f/5.6 gezet voor voldoende scherpte van de honden. Er is geen groot scherptegebied nodig, want het gaat alleen om een scherpte van snuit tot oor. Meer dan 20cm zal dat in totaal niet zijn.

• De ISO staat op 400. Dit is om ruis te voorkomen, maar ook om over een lange flitsafstand te beschikken. Bij 400 ISO is er een langere flitsafstand dan bij 100 ISO.

De flitsmodus

Omdat de flitser op het flitsschoentje van de camera is bevestigd, staan beide apparaten direct met elkaar in contact. Zo herkent de flitser wat de camera-instelling is. De flitsmodus staat in TTL. Dit staat voor Through The Lens. In de TTL flitsmodus wordt er een automatische berekening gemaakt voor de flitskracht die nodig is om het onderwerp te belichten waarop wordt scherp gesteld. In dit geval de honden.

De berekening is gebaseerd op het licht dat door het onderwerp wordt gereflecteerd. Het gereflecteerde licht gaat door de lens (through the lens) naar de sensor. Aan de hand van het gereflecteerde licht berekent de apparatuur hoeveel flitslicht er moet worden afgegeven. Daarbij doet het er niet toe of het gereflecteerde licht afkomstig is van een frontale flits of van een indirecte flits.

De flitsafstand bij TTL flitsen Indirect flitsen in de TTL flitsmodus werkt uitstekend, zolang je rekening houdt met de flitsafstand. Bij TTL is er een bepaalde minimale en maximale flitsafstand. Het te belichten onderwerp waarop je scherp stelt moet zich binnen de zone van de minimale en maximale flitsafstand bevinden. Staat het onderwerp vóór de minimale afstand, dan wordt het overbelicht. Staat het onderwerp verder weg dan de maximale afstand, dan wordt het onderbelicht. De minimale en maximale flitsafstanden zijn variabel en verschillen per situatie.

Oké, flitsers hebben dus een bepaalde maximale afstand voor het bereik van het flitslicht. Die is afhankelijk van de kracht van een flitser, maar ook van de camera-instelling.

De kracht van de flitser

Hoe krachtiger de flitser, des te langer de afstand is die het flitslicht kan afleggen. Zo kan het licht van de Nikon SB5000, de Canon 600EX, Sony HVL58 en vergelijkbare krachtpatsers een onderwerp op wel meer dan 20 meter afstand bereiken. Minder krachtige flitsers hebben een maximale flitsafstand van bijvoorbeeld 18 meter, terwijl een ingebouwde uitklapflitser op camera’s een onderwerp op slechts enkele meters afstand kan belichten.

Flitsafstand en camera-instelling

Afgezien van de flitskracht van een bepaald type flitser, is de flitskracht ook afhankelijk van het ingestelde diafragma, de ISO waarde en de brandpuntsafstand.

In de volgende drie voorbeelden zie je wat het effect is op de flitsafstanden als je een van deze drie instellingen wijzigt.

Als het diafragma is ingesteld op f/5.6 (afbeelding links), heb je minder flitskracht nodig dan bij een diafragma van f/16 (afbeelding rechts). Dit is als volgt te verklaren: stel, je maakt een foto zonder de flitser en hebt f/16 ingesteld op de camera. Met f/16 heb je een grotere hoeveelheid bestaand licht nodig om een goed belichte foto te kunnen maken dan met f/5.6. Ditzelfde geldt voor flitslicht. Met f/16 is er veel flitskracht nodig. Die heeft een krachtige flitser wel, maar er is dan onvoldoende vermogen om een lange afstand te overbruggen.

Hetzelfde geldt voor de ISO. Bij het fotograferen met 200 ISO (afbeelding links) is er meer bestaand licht nodig voor het maken van een goed belichte opname dan bij 1600 ISO (afbeelding rechts); 1600 ISO vereist minder licht. Omdat er bij 1600 ISO minder flitslicht nodig is, is de flitsafstand langer. Met andere woorden, hoe hoger de ingestelde ISO waarde, des te langer de flitsafstand.

De brandpuntsafstand bepaalt eveneens de benodigde flitskracht. Maak je een foto waarbij je uitzoomt met de lensv, bijvoorbeeld naar 24mm (afbeelding links), dan spreidt het flitslicht zich over een groter gebied dan wanneer je zou inzoomen naar 70mm (afbeelding rechts). Met 70mm bundelt het flitslicht zich naar het oppervlak dat zich bevindt in het zoekerbeeld van de camera. Het te belichten oppervlak is smaller dan bij bijvoorbeeld 24mm, de zijkanten in je foto hoeven niet niet te worden belicht. Daarom is er bij 70mm minder flitslicht nodig en is er de mogelijkheid om tot een langere afstand het onderwerp te belichten.

Conclusie:

De flitskracht en de flitsafstand zijn direct met elkaar verbonden. Moet de flitser veel licht afgeven, dan zal de flitsafstand vrij kort zijn. Hoeft de flitser maar weinig licht af te geven, dan is de flitsafstand langer.

De flitsafstand bij indirect flitsen

Of je de flitskop kantelt of niet, je krijgt in TTL bepaalde flitsafstanden aangeboden. Je moet er bij indirect flitsen wel rekening mee houden dat het flitslicht een langere afstand moet afleggen naar het onderwerp. Bij frontaal flitsen ga je uit van de afstand van de flitser tot het onderwerp. Dat is altijd een kortere afstand dan bij indirect flitsen.

Het belang van een krachtige flitser

In ruimtes met hoge plafonds moet het flitslicht extra ver reizen. Dit vergt veel flitskracht van je flitser. Een krachtige TTL flitser komt dus goed van pas bij indirect flitsen. Fabrikanten van flitsers duiden de maximale flitskracht aan met een richtgetal. Het is de hoeveelheid flitslicht die een flitser kan afgeven. In de regel geldt dat een hoog richtgetal meer flitslicht afgeeft dan een laag richtgetal. Dat is handig om te weten wanneer je een nieuwe flitser gaat kopen. Toch is enige nuance op zijn plaats.

De formule van het richtgetal

De formule van het richtgetal is gedefinieerd bij een filmgevoeligheid van 100 ISO en een brandpuntsafstand van 50mm. Met de volgende formule kun je uitrekenen wat het flitsbereik is:

  • Richtgeta : diafragmawaarde = flitsbereik in meters

            Voorbeeld met een richtgetal van 32 (Richtgetal) 32 : (diafragma) 8 = (meters afstand) 4

            Voorbeeld met een richtgetal van 16 (Richtgetal) 16 : (diafragma) 8 = (meters afstand) 2

Eigenlijk is het richtgetal geen absolute waarde, omdat bepaalde fabrikanten het richtgetal van bepaalde type flitsers op een andere manier definiëren. Dan is niet 100 ISO, maar 200 ISO het uitgangspunt.

Bij deze verdubbeling van de lichtgevoeligheid neemt het richtgetal toe met een factor 1,4. Ook kan de brandpuntsafstand anders worden gedefinieerd door de fabrikant. Bijvoorbeeld geen 50mm, maar 105mm. Bij 105mm is het richtgetal hoger dan bij 50mm.

Een hoger richtgetal betekent dus niet per definitie dat de flitser een hoger flitsvermogen heeft. Ben je op zoek naar een flitser met een grote flitsopbrengst en je wilt verschillende merken vergelijken, zorg er voor dat je de formule van het richtgetal juist interpreteert.

Kies zorgvuldig het reflectiepunt als je de flitskop kantelt

Bij indirect flitsen moet de flitskop zodanig gericht worden dat het licht goed wordt gereflecteerd van het reflecterende oppervlak naar het onderwerp. Het punt waar het flitslicht wordt gereflecteerd ligt in het midden tussen de flitser en het onderwerp. Door dit zorgvuldig te bepalen voorkom je dat het reflecterende licht voor of achter het onderwerp valt.

De voordelen van indirect flitsen

Als je een krachtige flitser hebt zul je al snel de voordelen zien van indirect flitsen. Het is een makkelijke manier van flitsen en verbetert je foto’s aanzienlijk. Foto’s zien eruit alsof er überhaupt geen flitslicht is gebruikt.

Meer weten over het werken met een reportageflitser? In dat geval mogen de instructieboeken Flitsen met een reportageflitser en Draadloos Flitsen van Sonja van Driel niet ontbreken in jouw kast. Of je nu portretten, stillevens of actie fotografeert, met het boek Flitsen met een reportageflitser bij de hand leer je om het licht volledig naar je hand te zetten. Niet met ingewikkelde technische formules maar met praktische en eenvoudig op te volgen flitsoefeningen. Flitsen kan niet meer misgaan. Of je nu foto´s maakt op bruiloften of in de natuur, bij evenementen of bedrijven, op reis of in je woonkamer, de flitstechnieken zijn toepasbaar in iedere situatie waarbij je de flitser wilt of moet inzetten.

 

Dit artikel werd geschreven door Sonja van Driel en gepubliceerd in 4.2019.

afbeelding van Redactie

Redactiedigifoto Starter | Redacteur

Bekijk alle artikelen vanRedactie