5 redenen: natuurfotografen zijn (te) gek
1: De passie om het ultieme momen vast te leggen
Natuurfotografen schieten er graag op los en leggen iedere beweging vast. Ze willen ieder moment vastleggen terwijl er druk ontstaat door de onvoorspelbaarheid van de natuur. De passie van natuurfotografen is benoemenswaardig te noemen. Daarnaast is er vaak een kleine kans dat zij zeldzame momenten op foto vastleggen, maar dat houdt deze groep fotografen nooit tegen.

2: Geen controle over het onderwerp
Bij veel vormen van fotografie heb je zelf de touwtjes in handen. Je stuurt een model aan of bepaalt de lichtval tot in de puntjes. Maar bij natuurfotografie ben je vaak overgeleverd aan de elementen. Je moet vaak geluk hebben dat een dier precies op het goede moment stil staat, een wild dier kun je immers geen aanwijzingen geven. Soms kan het ook een grote teleurstelling opleveren als de vos die je graag wilde fotograferen, in het verkeerde licht staat. Dan is het ook een kwestie van blij zijn met het aanschouwen van de unieke natuurmomenten, die voor je camera plaatsvinden.

3: Natuurfotografie kan gevaarlijk zijn
Natuurfotografen beschikken over een reactievermogen dat tegen het natuurlijk instinct ingaat. Want waarom zou je in de nabije omgeving van wilde beesten met scherpe klauwen en tanden willen zijn, die jou (en je camera) mogelijk als prooi beschouwen. Toch hebben de natuurfotografen het risico over voor dat perfect shot.
4: Lange tijd alleen doorbrengen
Bij reguliere fotoshoots werk je vaak samen met een assistent. Maar bij natuurfotografie breng je vaak alleen tijd door met je camera en niemand anders. Het kan soms uren duren voordat je een goede foto schiet.

5: De gezondheidsrisico's
Omdat je vaak naar afgelegen natuurgebieden afreist, betekent dit dat je vaak te voet verder gaat. Daarnaast heb je ook vaak geen assistent bij je, dus moet je alle apparatuur zelfstandig dragen. Vanwege de zware (tele)lenzen kan dit een aanslag op je lichaam zijn.